Jamsession…

frambozenjam

“Wat was het ook weer, frambozen?”

“Ja, prima, schat.”

Manlief doet iedere week de supermarktboodschappen. En op het lijstje staat in de regel ook een potje jam. Très français eten we voor het ontbijt nooit hartig, maar ieder twee diagonaal doorgesneden geroosterde witte boterhammen met roomboter en jam, waarbij een flinke mok café au lait wordt gedronken voorafgegaan aan een glas versgeperste sinaasappelsap. En dat alles in bed. Heerlijk relaxed.

Mijn voorkeur gaat uit naar frambozenjam. Een jam met een bite, vind ik, niet mierzoet maar zoet samen met een verrukkelijke rinse bijsmaak. Bovendien vind ik de kleur mooi, en het oog wil ook wat. Aangezien manlief mij graag een pleziertje doet, en hij alle jams lekker vindt, neemt hij zich voor de door mij gewenste jam mee te nemen.

Maar hoe gaat het in de praktijk?

“Heb ik het goed gedaan? Heb bosbessen meegenomen,” zegt hij bij thuiskomst. “Dat is toch je lievelingsjam?”

“Eh, nee, maar maakt niet uit, schat, bosbessenjam vind ik ook lekker.”

“O, wat moet het dan zijn?”

“Frambozen.”

De week erop, als hij aanstalten maakt naar de supermarkt te vertrekken, help ik hem nog even vriendelijk herinneren aan de soort jam: frambozen, dus.

“Komt voor de bakker, schat! Frambozen wordt het.”

Als hij thuiskomt, ruim ik de boodschappen op en… haal een potje kersenjam uit een van de tassen.

“Heb ik de goede jam meegenomen?” klinkt het vanuit de woonkamer, alsof hij voelt dat ik met een glimlach om de mond maar met gefronste wenkbrauwen het zojuist door hem meegenomen potje jam aan het bekijken ben.

“Eh, nee, maar maakt niet uit, schat, kersenjam vind ik ook lekker.”

Weer een week later komt hij met verende tred opgewekt de trap op. “Ik had mijn bril niet bij me, maar volgens mij heb ik nu toch echt de goede jam, hij is in ieder geval rood.”

Blij pak ik de tassen uit en stuit op een potje… aardbeienjam. Ook lekker toch? Dus geef ik mijn standaardantwoord op zijn vraag of het inderdaad de goede jam is.

“Eh, nee, maar maakt niet uit, schat, aardbeienjam vind ik ook lekker.”

“En nu ga ik het helemaal goed doen,” zegt hij als er alweer een week is verstreken. “Het wordt frambozenjam, wedden?”

Ik werp hem een quasi-sceptische blik toe. “Eerst zien, dan geloven,” zeg ik met een knipoog.

Beste lezer, u gelooft het niet, maar tussen de boodschappen zat zowaar een potje frambozenjam!

“En? Is het de goede smaak?”

“Ja hoor,” zeg ik niet bijster enthousiast.

“Ik hoor een ‘maar’,” zegt hij. “Toch níét goed?”

“Eh, het is light en dat vind ik eerlijk gezegd niet zo lekker…”

Daarop proesten we het uit…

©Renée Olsthoorn

Eerder verschenen op Nogal Irritant

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s