“Give that horse a shoo…!”

“On which foot?”

Dit ultrakorte komische dialoogje tussen mijn man, toen nog vriend, en een campingeigenaar en paardenfokker vond heel lang geleden plaats in Wales, waar we kampeerden na liftend dwars door Engeland te zijn getrokken. De opdracht was niet om het paard een schoen aan te trekken of er een hoefijzer bij aan te brengen, de schrijfwijze geeft dat al aan, maar simpelweg om hem weg te jagen bij de tenten… Een Engels equivalent dus van ons ‘ks, ks’.

Maar hoe kom ik hierop, zoveel jaar na dato? Tja, waarschijnlijk omdat ik nooit iets vergeet wat – hoe zijdelings ook – met schoenen te maken heeft. Deze noodzakelijke voorwerpen om de voeten te beschermen tegen koude en kwetsuren hebben nu eenmaal mijn onverdeelde belangstelling. Ik val op grote merken en struin Ebay, Marktplaats en online outletzaken af op vintage Yves Saint-Laurent, Mart Visser of Stéphane Kélian, om er een paar te noemen. Etalages van goede schoenenwinkels werken op mij als een magneet, en ik aarzel niet mijn kleding aan te passen aan een paar schoenen in plaats van andersom. Verder heb ik een (toegegeven, bijzonder dubieuze) weerzin tegen mensen die in mijn ogen verkeerde en/of afgetrapte ongepoetste schoenen dragen.

Ten slotte betrap ik mezelf er nogal eens op uitdrukkingen en gezegden te bezigen met de schoen als thema. “Tjonge, loopt die kerel even naast zijn schoenen…” “Wie de schoen past, trekke hem aan…” “Schoenmaker blijf bij je leest…” En voor dit stukje heb ik “de stoute schoenen aangetrokken…”

Nee, een schoenenfetisjist ben ik nu ook weer niet. Ik draag ze niet ín bed, maar van kinds af aan zet ik nieuwe schoenen er wel náást, zodat ik bij het wakker worden meteen een verliefde blik op de nieuwe aanwinsten kan werpen.

Maar waar komt deze liefde vandaan? Daarvoor zijn diverse redenen aan te wijzen. Ik zal me echter beperken tot het prille begin: mijn kindertijd.

Van mijn moeder kreeg ik alleen nieuwe schoenen als ik uit de oude gegroeid was. Het waren in feite altijd dezelfde. Stappers van de Fa. Van Vorst uit de Fahrenheitstraat, te Den Haag, waar de kindervoeten eerst werden gemeten in een soort van röntgenapparaat (over stralingsgevaar maakte men zich in die tijd niet of nauwelijks zorgen) die de voeten groen deden oplichten. En dat was dan het enige boeiende aan die shopping spree.

kinderschoenen2

Vervolgens werden er diverse dozen geslachtloze stoere veterschoenen in diverse tinten poepbruin uit het magazijn getoverd, en was het aan mij – jawel, bijzonder genereus van mamá – om uit die bruine brij een keuze te maken. Wat haatte ik die schoenen! Het enige voordeel was, dat ze comfortabeler zaten dan degene waaruit ik al geruime tijd gegroeid was. Maar daarmee was dan ook alles gezegd.

Wie schetst dan ook mijn gevoel van pure gelukzaligheid, toen ik van een katholieke buurvrouw de zwarte communie-lakschoentjes van haar dochtertje mocht hebben, waaruit het meisje gegroeid was? Ik was de koning (of het koninginnetje, liever gezegd) te rijk! De buurvrouw kon bij mij niet meer stuk. Ik koesterde ze, hield ze als ware kleinoden in mijn handen, en als ik ze aanhad, botste ik overal tegenop omdat ik alleen nog maar verliefd omlaag kon kijken.

De toen geboren liefde voor schoenen is nooit meer overgegaan. In tegendeel, die is alleen maar toegenomen. Maar ik ben nu wel zover dat ik me er niet geheel door laat afleiden en met nieuwe schoenen aan veilig naar buiten kan, mits… mijn hoge hakken niet te dun zijn om in de voegen van de stoeptegels te blijven steken.
©Renée Olsthoorn

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s