Van oude mensen en een mond vol (loszittende) tanden

donald-sutherland-4

Een jaar of tien geleden zat ik in de bioscoop in de hoop te zullen genieten van en eventueel weg te zwijmelen bij een nieuwe filmbewerking van een van mijn lievelingsboeken, Jane Austens Pride and Prejudice. De cast was geweldig, Matthew Macfadyen als Mr. Darcy, Keira Knightley als Elizabeth Bennet en… een van de in mijn jeugd zeer bewonderde acteurs, Donald – Klute – Sutherland in de rol van Mr. Bennet.

En uitgerekend Donald Sutherland heeft die aller charmantste filmbewerking deels voor mij bedorven. Niet door zijn acting skills, maar door zijn ijdelheid! Waarom? Ik zal het u uitleggen, lieve lezer.

Een verhaal mag van mij volstrekt ongeloofwaardig zijn, dat maakt me niets uit, we hebben het hier over fictie, nietwaar? Maar als ik het lees of zie moet het wél geloofwaardig óverkomen, dus alsof het zomaar zou kúnnen gebeuren. Dan moet ik niet afgeleid worden door details, hoe gering ook, die voor het bewuste tijdperk, in dit geval het begin van de negentiende eeuw, onmogelijk zijn, zoals een stralend wit gaaf gebit bij een man van middelbare leeftijd!

Jane Austen vermeldt de exacte leeftijd van Mr. Bennet niet in haar beroemde boek, maar aangezien zijn oudste dochter 23 is, mogen we verwachten dat hij achter in de veertig is of misschien al de vijftig is gepasseerd (Bij de casting van Sutherland kun je dus al je vraagtekens zetten, maar dat terzijde). Ook al poetste men de tanden in die tijd, wist men al dat zoetigheid slecht voor het gebit was, en ontwikkelde de tandheelkunde zich in die tijd behoorlijk snel, de meeste mensen van middelbare leeftijd hadden wellicht een tegen cariës behandeld, maar beslist geen wit gebit meer!

Hoe dan ook, de regisseur heeft naar mijn smaak twee kapitale fouten gemaakt die mij hebben belet onbekommerd van de film te genieten: hij heeft het huis waar de familie Bennet woont, een tot de lagere adel behorende familie, aftands en verveloos gelaten (ongeloofwaardig, de huizen werden goed onderhouden), en omgekeerd evenredig heeft hij Donald Sutherland zijn waterstofperoxidegebit niet bij de schminkafdeling geel laten maken, vermoedelijk omdat de acteur dat niet wilde. Storend. Heel jammer.

Ik dacht hieraan terug toen ik gisteren een andere Donald met te witte tanden, Donald Trump, op een wel heel merkwaardige manier een hogere macht hoorde aanroepen om de Verenigde Staten goedgunstig te blijven zijn: de term `States’ werd iets van `shush’ en `of America’ werd niet eens meer gezegd.

Uiteraard werd er onmiddellijk gespeculeerd over zijn fysieke dan wel mentale gezondheid. Trevor Noah suggereerde een loszittend vals gebit en introduceerde, de hashstag #denturedonald. Een Amerikaanse opinimaker (ik dacht Bill Palmer, maar weet het niet meer zeker) zag er het bewijs in dat Trump geen cent te makken heeft: een rijk man neemt implantaten, geen vals gebit…

Hoe dan ook, de tanden van Trump zijn nep. Ze zijn in de eerste plaats veel te regelmatig en bovendien spierwit. Echte tanden die al ruim zeventig jaar meegaan kunnen onmogelijk van nature zo stralend wit zijn. Zo’n sprankelend wit gebit biedt bij een persoon van zijn leeftijd in feite dus een groteske aanblik. Even grotesk als een facelift of een met botox behandeld gezicht. Het punt is namelijk, dat men er niet jonger door gaat uitzien, maar de leeftijd – die men zo graag wil verdoezelen – alleen maar manifester wordt. Althans, in mijn beleving. Als ik zo’n kosmetisch bewerkt persoon zie, denk ik nooit: “Wow, wat ziet die vrouw (of man) er jong uit!” Maar eerder: “O, die heeft zich met botox laten behandelen en de tanden laten laseren.” Het enige wat ik dus doe, is een feit constateren.

Toegegeven, ik ben wat gefixeerd op gebitten en best wel een beetje trots op mijn mond vol échte gave tanden (over mijn gouden kiezen heb ik het maar even niet, maar de façade is perfect en écht). Een goede mondverzorging vind ik namelijk heel belangrijk en de mondhygiëniste verdient dan ook veel meer aan mij dan de schoonheidsspecialiste. Mijn tanden, hoe goed verzorgd ook, zijn echter lang zo wit niet meer als ze waren, maar qua kleur wel in verhouding tot de rest van mijn nu eenmaal niet meer piepjonge uiterlijk. En dat laat ik fijn zo. Aan mijn lichaam of mond geen polonaise.

©Renée Olsthoorn

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s