Het was me het vertaal- en schrijfjaartje wel… Een terugblik op 2017

Zo nu en dan vergelijk ik het vak van vertaler met het beklimmen van een steile heuvel, maar dan op hoge hakken. Een opgave waarvan je heus wel verwacht de eindstreep te zullen halen, maar traag, strompelend, zwikkend waarbij je bovendien allerlei voetangels en klemmen probeert te vermijden…

Mijn jaar 2017 stond grosso modo in het teken van twee boekvertalingen en een werk van eigen hand, mijn recentelijk verschenen romantische debuutroman `De Franse slag’.

De eerste vertaling betrof een contemporaine roman van Kristan Higgins, een Amerikaanse New York Times bestseller-schrijfster van wie ik volgend jaar alweer een vijfde roman ga vertalen. Het tweede boek waarover ik me mocht buigen, was een roman van de razend populaire Stephanie Laurens; een auteur van uitsluitend historische romans en wereldberoemd om haar mega-serie over de aristocratische Engelse familie Cynster. Mijn eigen boek, `De Franse slag’, was in grote lijnen klaar, maar tussen de (vertaal)bedrijven door heb ik de tijd genomen om het verhaal nog eens goed te screenen, alvorens het met een forse dosis overmoed aan de openbaarheid prijs te geven. Naast het grote plezier dat ik beleef aan het bedenken van een verhaal én naast een soort van ingeboren verlangen mensen te willen entertainen, is schrijven voor mij broeien, kneden, smeden, polijsten en kijken, heel goed kijken… naar de kleinste details.

Maar gaat dat allemaal niet ook op voor vertaalwerk? Nou ja, op het bedenken van een verhaal na dan? Ik dacht van wel.

Het bijzondere en soms ook lastige aan de bewuste vertaalopdrachten, waarvan de verhalen in twee totaal verschillende tijdperken spelen was, laat ik het noemen, de `taalsfeer’. Twee zulke verschillende romans achter elkaar vereisen een mentale switch. Voor een modern romance zoals die van Kristan Higgins is een modern, zo niet hip (afhankelijk van de persoon die aan het woord is) taalgebruik nodig. Een historische roman heeft uiteraard een geheel andere `toon’. Niet dat ik daarin per se een archaïsch Nederlands hoef te bezigen – in de narratieve gedeelten al helemaal niet -, maar juist in dialogen wil je die sfeer van het tijdperk goed kunnen neerzetten. Kortom, je wilt het boek in niets tekort doen, en er bovendien zorgvuldig op toezien dat je geen termen gebruikt die men in die tijd nog niet kende. Met mijn Jane Austen fanfiction verleden ben ik me daarvan misschien wel extra bewust.

Een paar jaar geleden had ik een ontmoeting met Kristan Higgins in Parijs, waar we bij het bekende restaurant Terminus Nord onder het genot van een goede champagne als aperitief en later, tijdens het eten, nippend aan een heerlijke sancerre, van gedachten wisselden over de kunst van het schrijven en… van het vertalen. ‘We sort of write the story together, Renée,’ concludeerde Kristan. Een veel te complimenteuze conclusie, maar een die ook weer niet geheel bezijden de waarheid is. En eerlijk gezegd, krijg ik iedere keer toch wel beetje een kick als ik mijn naam op de titelpagina terugvind en niet alleen in het colofon (la joie de se voir imprimé…). Het boek is een beetje ook míjn baby geworden.

Hoe dan ook, of het nu om literatuur gaat of om populaire fictie, het is in beide gevallen zeker geen sinecure om voor de Nederlandse lezer de juiste toon van een verhaal te treffen. Het verhaal speelt zich immers af in een totaal andere omgeving met personages die je niet een op een in Den Haag of Amsterdam kunt plaatsen. Het gaat er dan ook om – en ik zeg hiermee niets nieuws – het verhaal zodanig te vertalen dat ook de Nederlandse lezer zich erin kan verplaatsen, ervan kan genieten en zich dus met plezier even in andere sferen kan wanen. De vertaling moet lekker lopen, de dialogen moeten goed tot hun recht komen, humoristische passages (vaak de lastigste!) moeten ook op het gezicht van de Nederlandse lezer op zijn minst een glimlach doen verschijnen en, vice versa, moet hij of zij door ontroerende passages worden geraakt. Zoals het iedere serieuze vertaler betaamt, streef ik naar een vertaling die in alle opzichten recht doet aan het origineel. En dat vereist tijd, creativiteit en soms ook fantasie of, liever gezegd, een behoorlijke dosis aan inlevings- en voorstellingsvermogen. Daarnaast mag de lezer niet het gevoel krijgen een vertaling te lezen, want dat is dodelijk voor de magische wereld die de auteur heeft willen scheppen.

©Renée Olsthoorn

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s