Een leeg loonzakje of… toch niet?

Toen ik veertien jaar oud was, vonden mijn ouders het tijd worden dat ik mijn schoolvakantie niet alleen maar luierend doorbracht, want luieren deed ik op school al genoeg… Dankzij mijn broer kon ik vakantiewerk gaan doen bij boekhandel en uitgeversmaatschappij Martinus Nijhoff aan het Lange Voorhout nummer 9 in Den Haag, destijds onder andere uitgever van de `Dikke VanDale’, op de afdeling waar hij destijds chef was. Ik neem aan dat het de bestelafdeling was, want ik kreeg stapels formulieren te verwerken waarop ‘order’ stond plus een nummer. Veel notie van de betekenis ervan had ik niet.

martinusnijhoff

Foto: Dienst voor de stadsontwikkeling Bron: Gemeentearchief Den Haag

Hoe dan ook, na twee dagen in een stoffige kelder te hebben doorgebracht om allerlei vage zaken uit te zoeken, werd ik bij de personeelschef geroepen. Ik mocht weer naar huis. Niet omdat men niet tevreden was over mij, maar omdat ik nog… te jong was volgens de arbeidswetten van die tijd. Nu moet u weten dat in de jaren zestig het begrip ‘gelijke behandeling’ nog niet aan de orde was, en dat die, achteraf bezien, soms in het voordeel was van het vrouwelijk geslacht. Meisjes mochten pas gaan werken op hun vijftiende, jongens al op hun veertiende. Enfin, mijn vijftiende verjaardag zou een week later plaatsvinden, dus kon ik vrij snel weer aan de slag. Toch ervoer ik het als een vernedering – je bent een puber of niet – dus even gegeneerd als geïrriteerd, zocht ik in de kelder mijn fiets op om naar huis te gaan.

Martinus Nijhoff was een geweldig gezellig bedrijf. Er werd hard gewerkt, maar ook heel veel gelachen, en nieuwe medewerkers werden à la Jiskefet op de proef gesteld. Zo werd mij verzocht het Zwitsers woordenboek te gaan zoeken, het was namelijk nergens te vinden en de correspondent had het dringend nodig…

Nu was ik wel jong, maar niet van gisteren, dus merkte ik een beetje aarzelend op: “Wat gek, Zwitsers bestaat toch niet als taal?” Deze juiste reactie leverde me meteen respect op, en werd ik als een echte collega omarmd.

Hoe dan ook, het was hard werken voor het luttele loon van vijftig oude Nederlandse guldentjes per week. Voor mij, die slechts een `knaak’ zakgeld (twee gulden en vijftig cent) gewend was, echter een vermogen. Toen ik na de eerste week op vrijdagmiddag mijn loonzakje in ontvangst mocht nemen, was ik de koning te rijk. Thuisgekomen wilde ik mijn ouders mijn allereerste loonzakje uiteraard meteen laten zien, maar ik kwam bedrogen uit. Nadat ik nerveus tas, jaszakken en broekzakken binnenstebuiten had gekeerd, bleek dat ik het loonzakje met inhoud en al kwijt was. Ontroostbaar was ik! Een week voor niets gewerkt! Aangezien ik daarvoor te overstuur was, belde mijn vader naar de zaak om te informeren of het misschien nog op mijn bureau lag.

Zowaar!

Maar… zo vertelde de vinder – de nog aanwezige chef van de boekwinkel – het was helaas leeg… Een dief? Bij Nijhoff? Dat kon niet waar zijn? U begrijpt, mijn weekend was totaal verziekt. Mijn uitgaansplannen, mijn winkelplannen, ze vielen allemaal in duigen…

Maandagochtend vertelde ik het verdrietig mijn collega’s, en er werd meteen aangeboden met de pet rond te gaan. Heel sympathiek, maar… achteraf bleek dat niet nodig te zijn.

De chef van de boekwinkel – een vriendelijke al wat oudere baas, helaas ben ik zijn naam vergeten – kwam op me afgelopen met mijn loonzakje in zijn hand. “Kijk, Renée, zo heb ik het gevonden,” zei hij.

Nadat ik het van hem had aangenomen, wierp ik er uit pure nieuwsgierigheid toch een blik in. En wie schetst mijn extase? Het envelopje had wel degelijk inhoud! Twee briefjes van vijfentwintig gulden, mijn weekloon!

Achteraf begrepen we de reactie van het afdelingshoofd wel: hij verdiende uiteraard héél veel briefjes van vijfentwintig per week en zo’n grote bundel bankbiljetten deed zijn envelopje opbollen. Twee nietige briefjes van vijfentwintig uiteraard niet! Wat was ik blij dat de goede man het door hem leeg gewaande envelopje niet in het rond archief had laten verdwijnen!

Later, na een verblijf in de Verenigde Staten, ben ik – als eerste vrouw ooit in de winkel – een tijdje in vaste dienst van Martinus Nijhoff geweest waar ik te maken kreeg met klanten als een ietwat norse Flip de Kam en een uiterst complimenteuze en opgewekte Gerard Fieret, de hoofdpersoon in mijn blog van 26 maart jl..

Blog eerder verschenen op DenHaag Direct.

©Renée Olsthoorn

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s